Invoering in Nederland
Het CoaguChek® toestel werd ontwikkeld door de farmaceutische firma Boehringer Mannheim (nu deel van de firma Roche, verspreid door Roche Diagnostics ) en wordt sinds 1990 gebruikt in verschillende landen (Engeland, Duitsland, België, Frankrijk en Zwitserland).
In deze landen wordt het toestel voornamelijk gebruikt door patiënten die langdurig antistollingsbehandeling krijgen. In de meeste van deze landen bestaat anders dan in Nederland geen gestructureerde organisatie voor het opvolgen en coördineren van antistollingsbehandeling. Ook in de Verenigde Staten wordt het gebruikt bij patiënten met hartkunstkleppen. In diverse landen wordt het toestel en de benodigde teststrips door de ziektekostenverzekeraars vergoed.
Bij een aantal patiënten heeft het zelfmeten van de INR nadien geleid tot het zelfdoseren van de orale antistolling door de patiënten zelf. Zeker in landen zonder trombosediensten bleek dit een goede oplossing. Niet alleen kregen de patiënten meer vrijheid, maar ook bleek de kwaliteit van de antistollingsbehandeling erop vooruit te gaan. In deze landen wordt de antistolling geregeld door huisartsen, laboratoriumartsen en specialisten zonder dat er echt een organisatie voor bestaat.
Een aantal buitenlandse (Duitsland, Scandinavie, VSA) studies zijn uitgevoerd waarbij het zelfdoseren door patienten werd vergeleken met wat het bestaande systeem aan kwaliteit kon leveren. In deze landen zijn er geen trombosediensten en wordt de antistolling geregeld door huisartsen, laboratoriumartsen en medische specialisten.
Het zelfdoseren leidde in alle studies tot een flinke verbetering van de kwaliteit van de antistollingsbehandeling waarbij wel gesteld dient te worden dat het uitgangsniveau redelijk laag was, zeker als we opmerken dat in deze studies brede streefwaarden van 2 INR werden gehanteerd.
In Nederland bestaat er, in tegenstelling tot de meeste bovengenoemde landen, een duidelijk gestructureerde organisatie (de trombosediensten) die als opdracht heeft het opvolgen en coördineren van antistollingsbehandeling. Dit houdt in dat in Nederland een hoge kwaliteit van antistollingsbehandeling wordt bereikt. Dit betekent ook dat in Nederland de vraag naar een andere oplossing voor de frequente laboratoriumcontroles in het verleden minder op de voorgrond trad dan in de ons omringende landen. Momenteel echter is er vanuit de patiënten een toenemende vraag naar het gebruik van ‘home monitoring devices’ voor antistolling.
Omdat de Nederlandse situatie met zijn structuur van trombosediensten afwijkt van de ons omringende landen, werd verkozen een studie uit te voeren om het CoaguChek® toestel in deze setting uit te proberen.
Door het AMC werd een studie met het zelfmeten en zelfdoseren door patiënten uitgevoerd en hiervan werden de resultaten reeds gepubliceerd in het gezaghebbende medische tijdschrift The Lancet. Hierin bleek dat zelfdoseren en zelfmeten een goed alternatief zijn voor de klassieke behandeling onder supervisie van de trombosediensten.

n een studie uitgevoerd door het AMC bleek dat getrainde patiënten een betere kwaliteit van de antistollingszorg konden bereiken dan de artsen van de trombosediensten als er wekelijks geprikt en gedoseerd werd. Het ging hierbij wel om een zeer geselecteerde groep patiënten. Het verschil was veel kleiner dan dan opgemerkt in Duitsland, Scandinavie en de Verenigde Staten omdat het basisniveau daar lager ligt
Onder auspiciën van de FNT werden een grootscheepse studie opgezet door de Trombosediensten Leiden en Lichtenvoorde (Oost-Gelderland) waarin een aantal aspecten werden bekeken: reproduceerbaarheid en nauwkeurigheid van de metingen, zelfcontrole door de patiënten thuis en zelfcontrole en zelfdoseren door de patiënten. Wat betreft de betrouwbaarheid van het toestel werd gevonden dat dit voldoende is om goede resultaten te bereiken. Alle bepalingen van de stolling zijn onderhevig aan schommelingen en dit geldt voor zowel de klassieke laboratoriumtechnieken als voor de zelfmeetapparatuur. Uit de studie komt ook naar voren dat geselecteerde patiënten in staat zijn dezelfde kwaliteit van zorg te leveren als de trombosediensten met het theoretisch voordeel dat ze sneller kunnen aanpassen aan hun individuele omstandigheden. Tevens blijkt dat frequentere controles een betere kwaliteit van de antistolling geven.

In een studie uitgevoerd door de trombosediensten van Leiden en Lichtenvoorde werd eveneens bestudeerd of het zelfdoseren de kwaliteit van de zorg zou verbeteren en dit in vergelijking met de artsen van de trombosedienst onder dezelfde omstandigheden (zoals bij de AMC studie) maar ook in vergelijking tot het bestaande systeem. Dit werd nog eens uitgesplitst naar de verschillende antistollingsmiddelen, marcoumar - fenprocoumon en acenocoumarol - sintrom. Hieruit bleek dat het wekelijks doseren van marcoumar - fenprocoumon, zij het door de patiënten of door de trombosediensten, de kwaliteit van de zorg deed toenemen tegenover het bestaande systeem van controles gemiddeld om de drie weken. De patiënten deden het nog iets beter dan de trombosediensten.
Voor acenocoumarol - sintrom deden de patiënten het ook iets beter dan de trombosediensten, maar het wekelijks prikken verminderde de kwaliteit tegenover langere controles. Acenocoumarol - sintrom heeft een zeer korte werkingsduur en daardoor worden veel meer schommelingen opgemerkt door vaker te controleren. Zelfdoseren heeft het voordeel dat de patiënten veel beter kunnen inspelen op hun individuele omstandigheden en daardoor verbetert de kwaliteit van de zorg.
Het ministerie van WVS heeft samen met de FNT besloten dat er voldoende argumenten bestaan om het CoaguChek® toestel in gebruik te nemen voor de reguliere behandeling, zowel voor het zelfmeten van de INR als voor zelfdoseren van de antistolling.
Verwacht wordt dat ‘home monitoring’ en 'patiënt self-management' in de antistollingsbehandeling in de toekomst een belangrijke rol zal spelen bij een geselecteerde patiëntenpopulatie, met name bij jongere patiënten met langdurige antistollingsbehandeling. Er zijn voldoende door studies gedocumenteerde argumenten om tot het gebruik van deze toestellen over te gaan en er is een toenemende vraag vanuit de patiëntengroepen.
