Wat doen Factor V Leiden, protrombine 20210A, Proteïne C deficiëntie en andere afwijkingen nu eigenlijk?
Factor V Leiden
Het Factor V-eiwit dat de Leiden-mutatie draagt mist de belangrijkste uit-knop, waardoor de stolling kan "doorschieten". Normaal gesproken wordt Factor V door trombine geactiveerd (aangezet), zodra het stollingssysteem op gang gekomen is (meestal door een beschadiging van een aderwand). Echter, het stollingssysteem is een kettingreactie en als het actief zou blijven zou waarschijnlijk ons gehele bloed stollen.
Daarom is het essentieel dat er ook een rem op de stolling zit. In de praktijk zijn er zelfs een aantal remmen aanwezig. Eén van die remmen is APC (Activated Protein C ofwel geactiveerd Proteïne C). Dit is de actieve vorm van Proteïne C (hetzelfde eiwit dat ook aanleiding tot trombose kan geven als er een tekort van is). APC knipt de ruggengraat van Factor V op drie plaatsen, waarbij net de positie waar Factor V Leiden verschilt van normaal Factor V de belangrijkste is. Door het ontbreken van deze belangrijke uit-knop blijft Factor V Leiden langer actief dan normaal en dit verhoogt het risico van ongewenste stolselvorming ofwel trombose.
Protrombine G20210A.
Deze afwijking resulteert niet in een veranderd eiwit, maar zorgt er via een complex proces voor dat er meer protrombine-eiwit wordt gemaakt. Protrombine wordt bij activering van de stolling omgezet in trombine. Dit enzym is verantwoordelijk voor vele belangrijke omzettingen in het stollingssysteem. Naast de al eerder genoemde activatie van Factor V en Proteïne C is trombine vooral belangrijke omdat dit enzym het eiwit fibrinogeen in fibrine omzet. Fibrine vormt draden die zich tot een netwerk vervlechten en zo het stolsel vormen. Hoewel het bezit van één G20210A gen slechts tot ongeveer 30% meer protrombine leidt, is de rol van trombine in de stolling dusdanig cruciaal dat het risico van trombose toch verhoogd wordt.
Proteïne C, Proteïne S en antitrombine deficiënties.
Proteïne C, Proteïne S en antitrombine remmen allemaal de stolling, nadat deze in gang is gezet. Proteïne C en Proteïne S doen dit samen. Het paar Proteïne C/Proteïne S is verantwoordelijk voor het knippen van de actieve vormen van Factor V en Factor VIII, die er beide voor zorgen dat er méér protrombine in trombine worden omgezet. Een tekort van Proteïne C of Proteïne S leidt dus tot meer trombinevorming.
Antitrombine (ook wel ATIII genoemd) bindt rechtstreeks aan trombine, waardoor trombine al zijn activiteit verliest. Antitrombine is dus ook een rem op de stolling. Kennelijk is de controle van de stolling zo precies uitgebalanceerd dat zelfs een halvering van deze remmende eiwitten (wat in veel andere systemen vrijwel geen gevolg zou hebben) al tot een verhoogde trombosekans leidt. Het zal dan ook duidelijk zijn waarom het nagenoeg ontbreken van één van deze eiwitten in het geval van afwijkingen in beide genen tot een ernstig trombose-risico leidt.
Hoge Factor VIII niveaus.
Te veel Factor VIII leidt ook tot een overactieve stolling. De actieve vormen van Factor VIII en Factor IX zorgen voor de activering van Factor X. De actieve vorm van Factor X zal weer in combinatie met Factor V protrombine tot trombine omzetten. Op deze manier grijpen alle eiwitten die bij de stolling betrokken zijn in elkaar.
Het is zo ook voor te stellen dat gecombineerde afwijkingen in deze eiwitten elkaar kunnen versterken en tot een grotere kans op trombose kunnen leiden. Omgekeerd is het ook zo dat de ernst van een trombose-bevorderende afwijking in één van de genen best eens door een tekort aan Factor VIII verminderd zou kunnen worden. Dit maakt het ook zo moeilijk om het precieze effect van een mutatie te voorspellen. Het is vrijwel onmogelijk en vooral extreem duur om het gehele stollingssysteem in iedere patiënt tot in alle details te analyseren.
Hoge homocysteïne niveaus.
Homocysteïne zou kunnen worden omschreven als een afbraakproduct van onze stofwisseling. Homocysteïne kan weer omgezet worden in nuttige stoffen door een aantal enzymen die alle een vitamine nodig hebben voor hun werking.
Sommige mensen hebben afwijkingen in de enzymen die zorgen voor de verwerking van homocysteïne, waardoor ze extreem hoge homocysteïne niveaus hebben. Deze mensen hebben onder andere last van trombose. Dit stimuleerde onderzoek naar homocysteïne niveaus in mensen met trombose en het bleek dat in deze mensen het homocysteïne niveau licht verhoogd was. De niveaus liggen wel vele malen lager dan in de mensen met de ernstige afwijkingen. Het effect van teveel homocysteïne is nog onzeker. In een deel van de trombose-patiënten zijn de hoge homocysteïne niveaus te bestrijden met extra vitaminen. Met name foliumzuur kan hierbij nuttig zijn.
- Is trombose erfelijk?
- Welke trombose-bevorderende afwijkingen zijn erfelijk?
- Wat is een gen?
- Wat is een chromosoom?
- Wat is een mutatie?
- Wat is heterozygoot en wat is homozygoot?
- Wat is een dominante ziekte?
- Erfelijkheid; hoe zit dat?
- Als de ouders nooit trombose hebben gehad, kan hun kind dan toch een erfelijke vorm van trombose hebben?
- Ik heb een ernstige tromboseneiging en blijk twee trombose-bevorderende afwijkingen te hebben. Zullen mijn kinderen ook zulke problemen hebben?
- Mijn vrouw/man en ik blijken alle twee een mutatie in hetzelfde gen te hebben. Wat betekent dat voor onze kinderen?
- Mijn vrouw/man en ik blijken alle twee dezelfde mutatie te hebben. Zijn we nu familie van elkaar? Wat betekent dit voor de kinderen?
- Hoe groot is het risico op trombose ten gevolge van een erfelijke afwijking?
- Wat is het risico van een trombose gedurende mijn levens als ik een erfelijke afwijking heb?
- Hoe vaak komen de verschillende erfelijke trombose-afwijkingen voor?
- Wat doen Factor V Leiden, protrombine 20210A, Proteïne C deficiëntie en andere afwijkingen nu eigenlijk?
- Ik heb een erfelijke tromboseneiging; wat kan ik hier tegen doen?
- Hoe gaan de tests voor stollingsafwijkingen in hun werk?
- Waarom duurt het zo lang voor de uitslag van de test binnen komt?
- Wie hebben er baat bij screening?
- Ik heb APC-resistentie; is dat erfelijk?
- Wat is er zo Leids aan Factor V Leiden?
- Waarom heet de protrombine G20210A mutatie zo?
- Betekent dragerschap van een mutatie wat voor de kwaliteit van de rest van het DNA?
- Ik heb alleen maar ellende van mijn afwijkingen; waarom heb ik die gekregen en zitten er dan helemaal geen voordelen aan?
« Terug
