U bent hier: Home > Veelgestelde vragen > Ik heb een ernstige tromboseneiging en blijk twee trombose-bevorderende afwijkingen te hebben. Zulle

Ik heb een ernstige tromboseneiging en blijk twee trombose-bevorderende afwijkingen te hebben. Zullen mijn kinderen ook zulke problemen hebben?

Dat hoeft niet.

Een ouder met een overduidelijke tromboseneiging, gebaseerd op het bezit van twee erfelijke afwijkingen, hoeft deze tromboseneiging niet persé aan zijn of haar kinderen door te geven.

Met enig geluk geeft de zoon uit het bovenstaande voorbeeld zijn twee afwijkingen aan geen van zijn kinderen door. De kans dat een kind beide afwijkingen zal erven is namelijk weer één op vier. Zie de stamboom hiernaast. 

Bij een gemiddelde gezinsgrootte van iets meer dan twee kinderen zijn de kansen goed dat geen van de kinderen het hoge tromboserisico van de vader zal erven. Let wel: we zijn er in dit voorbeeld van uitgegaan dat de moeder geen afwijkingen heeft. Is dat wel zo dan zijn de kansen voor de kinderen op een trombosevrij bestaan uiteraard ongunstiger. Overigens is het goed te beseffen dat de mensen met trombose en bijvoorbeeld alleen maar één Factor V Leiden-gen toch twee afwijkingen kunnen hebben. Er zouden namelijk nog wel eens andere, nog onbekende erfelijke afwijkingen in trombose-patiënten kunnen voorkomen. In zekere zin zou dat goed nieuws zijn voor hun kinderen; de kans dat zij ook de ernstige tromboseneiging van hun ouder zullen erven is daarmee kleiner geworden. 



« Terug