U bent hier: Home > Veelgestelde vragen > Hoe vaak komen de verschillende erfelijke trombose-afwijkingen voor?

Hoe vaak komen de verschillende erfelijke trombose-afwijkingen voor?

Dat hangt sterk van de bevolkingsgroep af. Zo komen Factor V Leiden en de protrombine G20210A mutatie bijna uitsluitend in de bevolkingsgroepen ten noorden van de Sahara en ten westen van India voor (het Kaukasische ras, meestal gelijkgesteld aan de blanken).

In Nederland heeft ruwweg één op de 30 mensen (3%) één Factor V Leiden gen en ongeveer één op de 50 mensen (2%) één protrombine G20210A gen. Deze getallen verschillen aanzienlijk per land of streek; in Zuid-Zweden of in het Midden-Oosten zijn meer dan tien procent van de mensen drager van een Factor V Leiden gen, terwijl in Spanje de protrombine mutatie vaker voorkomt dan de Factor V Leiden mutatie. We kunnen beide mutaties dus als vrij gewone afwijkingen beschouwen. Ongeveer één op de duizend mensen heeft een deficiëntie van Proteïne C, Proteïne S of van antitrombine.

De aantallen van dragers met dubbele afwijkingen zijn hieruit te berekenen; ruwweg één op de duizend mensen (drie procent van drie procent) heeft twee Factor V Leiden genen en ongeveer 1 op de 2500 mensen heeft twee protrombine G20210A genen. Het getal voor de mensen met één G20210A gen en één Factor V Leiden gen ligt hier ergens tussenin. Homozygote dragers van de deficiënties zijn gelukkig erg zeldzaam; gemiddeld komen ze slechts eens in de miljoen inwoners voor.



« Terug